Historie van de locatie




Wat speelde zich in die roerige dagen van het 1574 in en rond Leiden af?

Daarvoor moeten wij u het beleg en ontzet van Leiden tijdens de tachtigjarige oorlog in uw herinnering terugroepen. Het tweede beleg door de Spanjaarden wel te verstaan. Want ook in oktober 1573 belegerden zij onder bevel van Valdez de stad. Dat beleg duurde tot 21 maart 1574. Toen trokken de Spanjaarden weg om het leger van Lodewijk van Nassau op de Mokerhei te helpen bestrijden.

De Leidenaars konden maar kort van hun vrijheid genieten want op 26 mei verschenen de Spanjaarden -5.000 man sterk- opnieuw voor het tweede beleg, dat uiteindelijk tot 3 oktober zou duren. Het stadsbestuur had helaas verzuimd om in de tussentijd de nodige voorzorgen te nemen om naar behoren op beleg en verdediging te zijn voorbereid. De omstandig heden waren daardoor veel slechter dan die, waaronder het eerste beleg begon. Men had onvoldoende voedsel binnen de stadsmuren gebracht, was slecht bewapend en men had zelfs verzuimd de schansen van het eerste beleg te slopen. De Spaanse opperbevelhebber in Nederland Valdez had daardoor geen moeite de stad snel hermetisch af te sluiten.

Toch lukte het een enkeling wel tussen de schansen door te sluipen en op deze wijze slaagde men er bij voorbeeld in om postduiven naar de Prins van Oranje in Delft te brengen. Door met deze duiven berichten naar Leiden te sturen over een komend ontzet van de stad slaagt hij er in de Leidse bevolking moed in te spreken.

Maar ook verraders, de zgn. glippers, verlaten heimelijk de stad om Valdez op de hoogte te brengen van de erbarmelijke toestand waarin de bevolking verkeert. De honger slaat toe en ook de pest. Duizenden inwoners sterven. Valdez probeert met zoete beloften de belegerden tot overgave te dwingen en dit brengt vele wanhopige aan het twijfelen. Maar de trouwe stadssecretaris Jan van Hout en de aanvoerder der troepen Jan van der Does, willen van geen overgave weten. De mythevorming heeft zelfs het verhaal in de wereld geholpen, dat burgemeester Van der Werf zijn eigen lichaam als voedsel aan de hongerige bevolking aanbood; een dramatisch moment, dat op menig schilderij is vereeuwigd. Men houdt stand. Het stadsbestuur zendt de belegeraar in antwoord op zijn belofte dat hij de bevolking bij overgave zou sparen, een briefje met (in het latijn) de spreuk: "De vooglaar, op bedriegen uit, den vogel lokt met zoete fluit".

De redding moet komen van de Prins van Oranje, die besloten heeft de dijken van Holland door te steken, waardoor alle laaggelegen delen van het land, waaronder de omgeving van Leiden, onder water zullen lopen, wat de Spanjaarden zou moeten verdrijven. Een ingrijpende beslissing want veel vruchtbaar land zal hierdoor voor lange tijd verloren gaan. Maar aanvankelijk wil het water niet stijgen. Pas als begin oktober de wind naar het zuiden draait en aanwakkert tot stormkracht stuwt het water met kracht het Leidse gebied binnen en kan de Geuzenvloot met platbodemvaartuigen de stad naderen.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1574 stort een deel van de verzwakte stadsmuur bij de Koepoort met groot lawaai in.

De Spanjaarden, een uitval en het opkomend water vrezend, vluchten in paniek. De bevolking kan het nog niet geloven. Een kleine jongen, Cornelis Joppensz, sluipt naar de Lammenschans en vindt deze inderdaad verlaten. De belegeraars moeten zeer overhaast zijn vertrokken want in de schans staat nog een klaargemaakte maaltijd van wortelen, uien, vlees en pastinaken op het vuur, die "hutspot" genoemd zal worden. En om acht uur in de morgen van 3 oktober komen de Watergeuzen onder bevel van De Boisot met hun vaartuigen via de Vliet de stad binnen en brengen voor de uitgehongerde bevolking o.a. haring en wittebrood mee. Het ontzet is een feit. Het volk stroomt naar de Pieterskerk om God te danken voor de bevrijding van het Spaanse juk. Deze dankdienst is nadien elk jaar opnieuw op 3 oktober in dezelfde kerk gehouden, zelfs gedurende de oorlogsjaren.

Het "wapenfeit" van Leidens Ontzet, waarbij het doorzettingsvermogen van de bevolking en het water de sterkste wapens bleken, was een belangrijke mijlpaal in de strijd om de onafhankelijkheid van de Republiek. Als blijvend monument schonk Prins Willem van Oranje de stad zijn Hogeschool, thans Universiteit, die reeds op 8 februari 1575, vier maanden na het Ontzet, werd ingewijd.



De schansen

Schansen zijn aanval en verdedigingswerken welke door Valdez werden gebouwd rond de stad. Ze hebben als doel de aanvoerwegen (landwegen en rivieren) af te sluiten en dienen als uitval basis voor aanvallen tegen de stad. Een van de schansen besloeg het toenmalige Leiderdorp.

Valdez leert bij het korte en mislukte beleg van Alkmaar in 1573 een harde les over oorlogvoering in de Lage Landen: zijn vijand kan het land onder water zetten (inunderen) waardoor een aanval onmogelijk is. Bij de belegering van Leiden, vanaf 31 oktober 1573, besluit hij daarom de stad in te sluiten en uit te hongeren. De schansen controleren knooppunten van wegen en waterwegen van en naar Leiden. Ongeveer 10.000 soldaten bemannen de schansen in hun de legertenten.

Valdez bouwt ruim twintig schansen waarvan de grootste, in Kerkwijk de dorpskern van Leiderdorp, zijn hoofdkwartier is. De steen- en beeldhouwer Joost Janszoon Beeldsnijder, alias Bilhamer, ontwerpt in dienst van Valdez een aantal schansen en hij tekent een kaart over de situatie van het beleg. Later is hij militair ingenieur. Bij hun aftocht in 1574 staken de Spanjaarden de dorpskern van Leiderdorp in brand.
prent van Leiden in 1574 met daaromheen de schansen van Valdez.





 zie ook : Francisco de Valdez

 zie ook : Historie van Leiderdorp

 zie ook : Leiderdorp in de 20e eeuw

 zie ook : Het gemeentewapen